Op 24 juni veroordeelde de burgerlijke rechtbank in Oudenaarde de stad Ronse omdat ze de taalfaciliteiten niet zou respecteren. De zaak was ingespannen door een francofiele burgerbeweging Renaix Bilingue-Ronse Tweetalig.
In september stapte de stad Ronse hiertegen naar het hof van Beroep. De beslissing om in beroep te gaan was niet unaniem want Vooruit, dat mee de stad bestuurt in een coalitie met cd&v teamronse en N-VA, weigerde hierin mee te gaan. Het stadsbestuur zegt wel dat het de opgelegde maatregelen zal uitvoeren want het beroep schort het vonnis niet op.
Dat betekent dat de stadswebsite en het stadsmagazine Inzicht tweetalig moeten worden net als info- en straatnaamborden. Volgens burgemeester Michaux (cd&v teamronse) zadelt dit de stad op met zowat 200.000 euro extra kosten. Het alternatief is een wekelijkse dwangsom van 1000 euro.
Ondertussen loopt nog een rechtszaak in Brussel tegen de Belgische staat over de taalfaciliteiten in Ronse. Het stadsbestuur hoopt dat het Grondwettelijk Hof in deze zaak wel zal willen antwoorden op zijn vragen hetgeen niet gebeurde bij het vonnis van 24 juni. De burgemeester van Ronse heeft het gehad met de faciliteiten en hij roept de Vlaamse partijen die zowel in de Vlaamse als de federale meerderheid zitten, op om eindelijk iets te ondernemen tegen de faciliteiten die totaal achterhaald zijn.
Tijdens de gemeenteraad van 29 september trok burgemeester Michaux opnieuw hard van leer tegen de faciliteiten. Deze kosten veel geld en leggen bijkomende verplichtingen op die niet meer van deze tijd zijn. De burgervader zegt geen wet nodig te hebben om hoffelijk te zijn tegen zijn Franstalige inwoners.
Ondertussen kosten de faciliteiten zijn stad handenvol geld: een ambtenaar aanwerven vergt het afnemen van een taalexamen en fusies met gemeenten of politiezones zonder faciliteiten liggen moeilijk. Michaux becijfert dat de prijs voor de faciliteiten Ronse de realisatie van drie speelpleinen kost.
Open Brief
Begin september stuurden zes faciliteitengemeenten die aan de taalgrens liggen een open brief naar de Vlaamse en de federale overheid. Ronse, dat in Oost Vlaanderen ligt, kreeg bij dit initiatief het gezelschap van Spiere-Helkijn en Mesen uit West-Vlaanderen, Voeren en Herstappe uit Limburg en Bever uit Vlaams-Brabant.
De aanleiding van de brief is de veroordeling van de stad Ronse op 24 juni. Burgemeester Goos (Pro8587) van Spiere-Helkijn, die het initiatief nam om de betrokken gemeenten samen te brengen, zegt dat de gemeenten zich juridisch in de steek gelaten voelen. Ze vragen aan de Vlaamse ministers Crevits en Weyts meer duidelijkheid omtrent de toepassing van de faciliteiten.
Het blijkt immers dat elke gemeente de taalwetgeving op een andere manier toepast. De gemeenten willen rechtszekerheid en klaar en duidelijk juridisch advies. De burgemeesters van zes Vlaamse taalgrensgemeenten stellen op hun beurt de financiële lasten van de faciliteiten aan de kaak.
Faciliteitengemeenten kunnen niet fusioneren wegens hun statuut, waardoor hun omvang en fi nanciële slagkracht beperkt blijft. Verder gaan ze gebukt onder uitdagende administratieve verplichtingen en kosten die andere gemeenten niet hebben. Dat zijn dan in de eerste plaats de verplichtingen om aan de taalvereisten ten aanzien van de Franstalige inwoners te voldoen.
Politici over de uitdoving van de faciliteiten
In de commissie Binnenlands Bestuur en Inburgering van het Vlaams parlement van 30 september ontspon zich een interessant debat over de faciliteiten met inbreng van Minister Hilde Crevits (cd&v) en de parlementsleden Brecht Warnez (cd&v), Tom Seurs (N-VA) en Klaas Slootmans (Vlaams Belang). Aanleiding was het mogelijk wegvallen van de tijdelijke subsidie die kleine faciliteitengemeenten (minder dan 3,000 inwoners) krijgen om aan de taalvereisten te voldoen.
Minister Crevits gaf aan dat de subsidies voor de kleine gemeenten (Bever, Herstappe, Mesen en Spiere-Helkijn) ook in 2026 zullen toegekend worden. Voeren en Ronse vallen uit de boot opdat ze meer dan 3,000 inwoners hebben. In het debat werd ook verwezen naar de uitspraken van premier Bart De Wever (N-VA) op 16 september in de Kamer.
Uitdoving
De Wever gaf daar aan dat er een institutioneel spanningsveld bestaat, waarbij de federale overheid het faciliteitenstatuut oplegt maar de gewesten de lasten daarvan dragen. Hierop herhaalde Crevits haar engagement om blijvend in te zetten op het Nederlands in de faciliteitengemeenten, met als uiteindelijke doelstelling de volledige uitdoving ervan.
Dat vergt een aanpassing van de Bestuurstaalwet en dus een tweederdemeerderheid in het federale parlement. Crevits zegt de situatie van de faciliteitengemeenten aangekaart te hebben met federaal minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR).
Ze zou ook aan de premier gevraagd hebben om de afschaffing van de faciliteiten mee te nemen in de bredere gesprekken in voorbereiding van eventuele verdere institutionele hervormingen. ’t Zal dus niet voor morgen zijn, denken wij dan.
Omtrent de mogelijkheid van een fusie van faciliteitengemeenten verwijst Crevits naar een recente juridische en bestuurskundige studie waaruit blijkt dat de Vlaamse overheid bevoegd is om een fusie van een gewone taalgrensgemeente en een taalhomogene gemeente te regelen. Het gaat hier dan concreet over Bever, Herstappe, Mesen, Ronse en Spiere-Helkijn. De Vlaamse overheid zou niet bevoegd zijn voor fusies van Voeren of een van onze zes faciliteitengemeenten.
