Herhaaldelijk hekelen we in deze kolommen de Vlaamse financiering van het Franstalig onderwijs in de zes faciliteitengemeenten. Daarbij mag Vlaanderen enkel betalen en blijven deze scholen onttrokken aan Vlaams toezicht. Telkens opnieuw wijzen we er dan op dat de Vlamingen de verfransing blijven financieren terwijl er aan de overzijde van de taalgrens geen vergelijkbare financiering van Vlaams onderwijs op Waals grondgebied voorkomt. De Vlaamse school in Komen draait volledig op Vlaamse centen.
Dit verhaal beperkt zich blijkbaar niet tot de faciliteitengemeenten alleen. Ook aan de Vlaamse kust, meer bepaald in het Zeepreventorium in De Haan, wordt Franstalig onderwijs verstrekt dat gefinancierd wordt door Vlaanderen en waarvan het toezicht niet valt onder de Vlaamse onderwijsinspectie en Vlaamse regelgeving.
Het betreft hier zogenaamde ziekenhuisscholen, waar kinderen die revalideren ook les kunnen volgen. Dat onderwijs wordt zowel voor het basisonderwijs als het secundair onderwijs ingericht in het Frans en het Nederlands.
Voor het basisonderwijs gaat het om een vestiging van Basisschool aan Zee. Tot voor kort bestond er zelfs een aparte Franstalige basisschool La Ruche die pas in 2021 ophield te bestaan.
Wat het secundair onderwijs betreft gaat het over het Zeelyceum. Daar liepen in het schooljaar 2024-2025 18 leerlingen school in de Franstalige afdeling en 90 in het Nederlands.
Bij de staatshervorming van 1988-89 werd beslist om de Franstalige basisschool en de Franstalige afdeling van het Zeelyceum te laten verder bestaan en ook te laten financieren door Vlaanderen.
Vlaams parlementslid Jan Laeremans (Vlaams Belang), interpelleerde hieromtrent Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA).
In haar antwoord wijst minister Demir erop dat de Franstalige afdeling van het Zeepreventorium bestaat op basis van de onderwijstaalwet van 30 juli 1963. Hoewel de onderwijstaal in de gemeenten in het Vlaams Gewest in principe het Nederlands is, voorziet men hier een specifieke uitzonderingsgrond “voor leerlingen die de gemeente van hun woonplaats verlaten hebben om gezondheidsredenen en die in hun thuisgemeente onderwijs zouden ontvangen in een andere taal dan die waar de school gevestigd is.”
Een protocolakkoord van 1 juni 1970 bepaalt dat de Franstalige onderwijsinspectie bevoegd is om de pedagogische inspectie in de Franstalige scholen in Vlaanderen uit te oefenen. In een arrest van het Grondwettelijk hof van 2010 wordt bevestigd dat dit akkoord ook na de staatshervorming van 1988 blijft gelden.
Met andere woorden, net als in de faciliteitengemeenten wordt in De Haan Franstalig onderwijs verstrekt, betaald door Vlaanderen maar onder het toezicht van de Franstalige inspectie. Het zal u niet verwonderen dat in Wallonië dergelijke scholen niet bestaan.
Voorrang voor leerlingen met Nederlandstalig voortraject
In sommige gemeenten nabij de gewestgrens kunnen secundaire scholen ervoor kiezen om voorrang te geven aan leerlingen met een voortraject in het Nederlandstalig basisonderwijs. Scholen kunnen zo maximaal 70% van hun totaal aantal plaatsen apart houden voor die voorrangsgroep.
Zeker in Brussel heeft het succes van Nederlandstalig onderwijs bij de Franstaligen tot onaangenaam gevolg gehad dat heel wat leerlingen, die vanuit de Nederlandstalige basisschool naar de secundaire school willen overstappen, soms moeilijk plaats vinden in de gewenste school.
De voorrangsregel die in Vlaanderen geldt wordt in de praktijk weinig toegepast. De Vlaamse Regering voorziet de regel naast de zes faciliteitengemeenten ook voor de gemeenten Asse, Beersel, Dilbeek, Grimbergen, Halle, Hoeilaart, Machelen, Meise, Merchtem, Overijse Sint-PietersLeeuw, Tervuren, Vilvoorde en Zaventem.
Scholen die deze voorrangsregel toepassen moeten dit voor 15 november melden aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Uit het antwoord van onderwijsminister Demir op een vraag van Vlaams parlementslid Peter Van Rompuy (cd&v) blijkt nu dat voor de schooljaren 2023- 2024, 2024-2025 en 2025-2026 geen enkele melding van schoolbesturen is gebeurd over het toepassen van de voorrangsregel. De scholen beslissen autonoom, in functie van hun lokaal beleid, of ze de voorrang nodig hebben en toepassen.
Stelt het probleem van plaatstekort voor Nederlandstalige leerlingen zich dan niet in de Vlaamse Rand ? Feit is dat de scholen dit instrument momenteel (nog) niet gebruiken.
Taalklachten.be
De actie van de VVB om taalklachten te verzamelen in verband met het niet respecteren van de taalwetgeving in de Brusselse ziekenhuizen, leverde ondertussen meer dan 150 klachten op. Op basis daarvan werden verschillende juridische dossiers geopend tegen Brusselse ziekenhuizen wegens schendingen van de taalwetgeving. Spoedgevallendiensten en openbare ziekenhuizen in Brussel horen volgens de wet tweetalig te zijn. In de praktijk loopt het regelmatig mis en botst de Nederlandstalige patiënt op een taalmuur. Door het gebrek aan kennis van het Nederlands bij de zorgverleners ontstaan misverstanden en extra stress, vooral bij ouderen, kinderen en mensen met een beperking. De VVB diende verschillende klachten in bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht en dagvaardde alvast één Brussels ziekenhuis. De VVB bezocht verschillende Brusselse ziekenhuizen en stelde vast dat, eens het onthaal voorbij, het zeer moeilijk is om hulp in het Nederlands te krijgen. Brussel telt 20 ziekenhuizen. De taalproblemen stellen zich bijna overal maar enkele ziekenhuizen springen eruit in negatieve zin; Sint Pieters, Saint-Luc, Erasmus en Sint-Jan. De Brusselse ziekenhuiskoepel GIBBIS reageert op de aantijgingen van de VVB en stelt dat er wel degelijk inspanningen worden geleverd door de ziekenhuizen in Brussel maar dat ze kampen met reële uitdagingen. Hierbij wordt verwezen naar het algemeen tekort aan zorgpersoneel, de meertalige realiteit van Brussel en de moeilijkheid om tweetalige werkkrachten in de zorg naar Brussel te lokken.
De koepel erkent dat taal geen barrière mag zijn en dat mensen zich in hun eigen taal moeten kunnen uitdrukken als het om hun gezondheid gaat. Samen met GIBBIS zouden de ziekenhuizen aan een geïntegreerd plan werken met een werkgroep tweetaligheid en andere projecten met taalcoaches om de communicatie met de patiënt te verbeteren.
In ons vorig nummer kwam het specifiek project in Sint-Jan aan bod, waar in samenwerking met de Vlaamse minister voor Brussel, Cieltje Van Achter (N-VA), een pilootproject met taalopleidingen tijdens de werkuren gelanceerd werd.
