Aanpak Taalachterstand

Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) start met een groot offensief om de taalachterstand bij niet-Nederlandstalige peuters en schoolgaande kinderen aan te pakken. Niks te vroeg wat ons betreft.

Volgens de minister steeg het aantal kinderen dat thuis geen Nederlands spreekt in Vlaanderen in 10 jaar tijd van 18% naar 27%. Maar voor de Vlaamse Rand gaat dit al om 49%. In onze zes faciliteitengemeenten loopt het nog hoger op : van 62% in Wemmel tot 77% in Drogenbos. De vier andere gemeenten bengelen daar tussen in. Het is al lang 5 voor 12 voorbij.

Demir wil peuters al laten kennismaken met het Nederlands voor ze naar de klas gaan. Dat moet dan gebeuren in de kinderopvang en buitenschoolse taalkampjes. De minister voorziet ook extra ‘taalheld’ klassen in de lagere school waar  anderstaligen na 6 weken tot maximaal 2 jaar onderdompeling in een intensief taalbad, opnieuw kunnen doorstromen naar de gewone lessen.

Dat deze methode stigmatiserend zou werken countert Demir gevat “Er is niets stigmatiserend aan om kinderen uit de klas te halen en extra taalaandacht te geven. Wat wel stigmatiserend en frustrerend is voor een kind, is blijven achterophinken terwijl klasgenootjes sneller vooruitgaan”.

Vanuit De Zes vinden we dat het probleem niet snel genoeg kan aangepakt worden en hoe jonger de taalverwerving start, hoe beter. Wij juichen de maatregelen dan ook resoluut toe. Genoeg gepalaverd, het is nu tijd voor actie.

Taallessen: een praktijkervaring

Naar aanleiding van de maatregelen die minister Demir heeft aangekondigd om taalachterstand aan te pakken leek het ons een goed idee om een gesprek te hebben met iemand die al jaren ervaring heeft met het aanleren van Nederlands aan anderstaligen. Annemie De Cuyper uit Wemmel gaf meer dan 20 jaar les in de Nederlandstalige basisschool Sint-Jozef, gelegen in het centrum van de faciliteitengemeente. Annemie zag hoe over al die jaren de klaspopulatie meer en meer gevormd werd door kinderen die thuis geen Nederlands spreken. Vandaag vormen kinderen van twee Nederlandstalige ouders er de uitzondering.

Annemie heeft ondertussen de lagere school geruild voor het volwassenonderwijs en heeft nu dagelijks te maken met anderstaligen die hun eerste woordjes Nederlands  leren. Sinds zes jaar doceert ze Nederlands voor het CVO Semper in dag- en avondonderwijs. De lessen vinden plaats in het cultuurcentrum De Zandloper.

De leerlingen van Annemie komen van overal maar toeval of niet, Franstaligen uit eigen land die de cursussen volgen zijn eerder zeldzaam. In principe gaat het om 120 lestijden. Dat kan dagelijks en dan duurt de intensieve cursus 6 weken. De cursus kan ook gespreid worden over 6 maanden met 2 lesmomenten in de week. Achteraf volgt een lees-en schrijftest “ Inburgering en Nederlands”.

Annemie De Cuyper

Annemie getuigt: Overdag heb ik vooral mensen in de les die gestuurd zijn door de VDAB. Die worden eigenlijk betaald om de cursussen te volgen en krijgen 2 kansen om de cursus te volmaken en een attest te behalen. Doorgaans volgen ze de lessen tot ze daadwerkelijk een job vinden.

Vooral de avondlessen worden gevolgd door een zeer divers publiek met soms uiterst gemotiveerde deelnemers. Annemie legt uit: s’ Avonds gaat het vooral om mensen die doorverwezen worden door het Agentschap voor Integratie en Inburgering (AGII). Ik zie veel gemotiveerde mensen die met goede moed de cursus aanvangen maar soms haken mensen ook vroegtijdig af. Het vraagt heel wat inzet om na een dagtaak en de zorg voor het gezin nog de energie te vinden om ‘s avonds een cursus Nederlands mee te pikken.

Annemie haalt veel voldoening uit haar job: Ik ervaar heel wat dankbaarheid van de cursisten, hetgeen me motiveert om voort te doen. Ik denk in het bijzonder aan een jonge Oekraïner, wiens vader aan het front staat, die uiterst gemotiveerd is om voor de test te slagen. Hij voelt zich moreel verplicht om hiervoor zijn opperste best te doen, uit dankbaarheid voor de geboden hulp en opvang in ons land’.

Overigens voelt Annemie zich niet alleen lesgever: Ik voel me meer dan louter leerkracht Nederlands want ik krijg te maken met allerhande praktische vragen waar de cursisten mee zitten.

Annemie ziet ook de link met de taalachterstand bij kinderen: Ik haal ook veel voldoening in les geven aan volwassenen omdat ik hiermee een dubbelslag sla. Geëngageerde volwassenen kunnen, in hun rol als ouder, zorgen voor de nodige motivatie en stimulering van het jonge volkje.

De cursussen hebben veel succes en worden stevig gepromoot door vzw De Rand en de verschillende cultuurcentra. Toch merkt Annemie dat niet iedereen kan bereikt worden en de drempel om een cursus te volgen soms te hoog ligt Voor screeningtesten moeten potentiële cursisten zich nogal ver verplaatsen, bijvoorbeeld naar het huis van Nederlands in Brussel, en dat schrikt sommige mensen af. Een afspraak maken voor de screening, zich fysiek verplaatsen voor een aantal mensen ligt die barrière te hoog.

Annemie wijst ook op het bestaan van een interessante cursus ‘School en Ouders”: ‘ Binnen het CVO wordt deze cursus aangeboden. Het interessante is dat de cursus, die bestemd is voor de ouders, gegeven wordt in de school waar de kinderen ook les volgen. Het is een open module waar ongedwongen Nederlands wordt aangeleerd en die formule werkt goed en werd onder andere al uitgetest in Molenbeek.’

Wanneer we Annemie polsen naar haar mening over de maatregelen van Demir krijgen we te horen: Een kordate aanpak is nodig om het niveau en de discipline in het Nederlandstalig onderwijs terug op te krikken. Best worden de maatregelen verplicht opgelegd en blijft het niet bij vrijblijvende aanbevelingen. Hoe vroeger er gestart wordt, hoe beter. Kleuters zijn bezig met taalverwerving en het is aangewezen om met anderstaligen ook op dat niveau te starten. Wel maakt Annemie zich de bedenking; Nogal wat vreemdelingen sturen hun peuters niet naar de kinderopvang en houden ook de kleuters dikwijls thuis. De cultuur van thuisblijvende moeder met de kinderen is ingebakken bij heel wat anderstalige vreemdelingen. Die kinderen bereik je dus niet op de ideale leeftijd’.

Annemie benadrukt dat alle maatregelen maar zin hebben als ook gewerkt wordt aan een sterke betrokkenheid van de ouders en breder omkaderd worden: Nederlands aanleren mag niet louter afgeschoven worden op de scholen en beperkt tot de schooluren. Ook in de thuisomgeving en in buitenschoolse activiteiten moet Nederlands zijn plaats krijgen om de praktijk en de continuïteit van het Nederlands praten te verstevigen.

Dat Demir de prijzen voor het volwassenonderwijs, zij het niet voor de cursussen Nederlands, fiks heeft verhoogd vindt Annemie dan weer niet zo’n goede zaak: Hiermee wordt de drempel verhoogd terwijl die nu al hoog ligt voor sommigen uit de doelgroep. Het is spijtig dat  praktische cursussen (PC,GSM…) worden weggezet als hobbyactiviteiten. Zulke cursussen dragen ook bij tot de verspreiding en kennis van het Nederlands.’