Een blik over de Schreve

Een verrassend en zeer toegankelijk boekje “ Verborgen Taal” van de Nederlandse journalist Erik Driessen vormt de dankbare aanleiding om een stukje te schrijven over Frans-Vlaanderen. Driesen gaat in zijn boek op zoek naar sporen van het Nederlands in dit deel van Frankrijk dat ooit deel uitmaakte van de Nederlanden. Meer specifi ek gaat hij op zoek naar Frans-Vlamingen die nog het oude Vlaams spreken. Kort voor de Franse revolutie sprak nog 90% van de bevolking in deze regio de Vlaamse streektaal.

Daarna moet Frans de enige taal in het land worden en verdwijnt de streektaal uit de school en later uit de kerk. In 1866 wordt het Nederlands helemaal verboden in de scholen. Toch wordt de moedertaal nog lang gesproken in het dagelijks leven. Na de tweede wereldoorlog gaat het echter snel bergaf en vandaag zouden nog enkele duizenden mensen de streektaal of Nederlands spreken of verstaan. Driessen gaat zeer empathisch en onbevooroordeeld te werk en zet vooral in op ontmoetingen met mensen die de taal nog spreken. Hij ontdekt ter plaatse als Nederlander de gemeenschappelijke geschiedenis met onder andere het ontstaan van de beeldenstorm in Steenvoorde.

La maison de la bataille

De schrijver bezoekt ook het museum van De slag , “La Maison de la Bataille” in Noordpeene dat het verhaal brengt van de Slag aan de Peene. Tussen 1672 en 1679 woedt er een Hollandse oorlog tussen het Frankrijk van Lodewijk XIV en de Nederlanden die zijn beslag krijgt met de slag aan de Peene. Het Nederlandse leger van Willem III wordt er onfortuinlijk verslagen en het gebied gaat voorgoed verloren aan de Nederlanden en komt onherroepelijk bij Frankrijk terecht.

In het museum ontmoet Driessen de conservator van het museum, Philippe Ducourant, die, in vloeiend Nederlands, in geuren en kleuren aan de hand van een biezondere maquette het hele verloop van de slag vertelt. In het museum is een interessant boek over de Slag aan de Peene van zijn hand in het Nederlands verkrijgbaar. Wij hadden enkele jaren geleden ook het genoegen het museum te bezoeken en genoten toen evenzeer van het enthousiaste betoog van Philippe. Een stevige aanrader trouwens voor Vlamingen die de streek willen verkennen! De slag aan de Peene wordt nog elk jaar door Vlamingen langs beide kanten van de schreve herdacht met een Zwijgende Voettocht, evengoed een teken van de hervonden trots op het Vlaams karakter van de streek.

Taalstrijd

Driessen stelt met lede ogen echter ook een “taalstrijd” vast waarbij voorstanders van het opnieuw aanleren van de streektaal en voorstanders van het aanleren van de Nederlandse standaardtaal regelrecht tegenover elkaar staan. Hierbij mag aangestipt worden dat de Franse staat nog steeds de perfide rol speelt om streektalen te bevorderen ten koste van standaardtalen.

Driesen besluit dat de streek niet het Frankrijk is dat hij kent van stokbroden en petanquebanen maar eerder een stukje Vlaanderen in Frankrijk, zelfs zonder dat er Nederlands gesproken wordt. De cultuur voelt buitengewoon Vlaams. De Vlaamse leeuw is overal tegenwoordig en de oude Vlaamse streek- en straatnamen en geel-zwarte bordjes met de oude benaming benaming van gebouwen wijzen op de blijvende interesse voor de Nederlandse en Vlaamse geschiedenis.

Voetbalvlaams

Dat de Frans-Vlamingen nog steeds trots zijn op hun Vlaamse identiteit was vorig jaar nog te zien bij de bekerwedstrijd tussen Cassel en Paris Saint Germain waar tienduizenden met Vlaamse vlaggen in de tribune zaten.

Opmerkelijk: vandaag vlagt de harde kern van eerste divisieploeg Rijsel opnieuw met een reuzegrote Leeuwevlag vergezeld van de spreuk “Rijsel is Vlams”. Het clubbestuur keurde trouwens de spandoek goed en erkent de zoektocht in de regio naar een eigen identiteit, zonder politieke bijbedoelingen.

Voor wie verder op zoek is naar informatie over de geschiedenis en Vlaamse identiteit van Frans-Vlaanderen verwijzen we graag naar het voortreff elijke boek “ Frans en toch Vlaams” van de hand van Wido Bourel , uitgegeven bij Ertsberg in 2023. Een artikel van diezelfde Bourel in Neerlandia toonde ons trouwens de weg naar het boekje van Erik Driessen.